Volle zaal bij PVV-discussieavond over wolf en lelieteelt in Dwingeloo

Volle zaal bij PVV-discussieavond over wolf en lelieteelt in Dwingeloo

DWINGELOO – Ongeveer zeventig belangstellenden bezochten op dinsdag 27 oktober een discussieavond over de wolf en de lelieteelt in Dwingeloo. Veehouders, telers en andere betrokkenen bespraken de gevolgen van wolvenaanvallen en het terugdringen van gewasbeschermingsmiddelen. De bijeenkomst was georganiseerd door Teun Kijf, fractievoorzitter van de PVV in Assen, en Bert Homan, adviseur van de PVV in Drenthe en Assen.

Volgens de organisatoren was er veel interactie met het publiek. Bij beide onderwerpen klonk een oproep aan de politiek om meer duidelijkheid te bieden en zorgen van ondernemers en inwoners serieus te nemen.
Schapenhouder vertelt over gevolgen wolvenaanvallen
Schapenhouder RobertJan Feijnen vertelde over de gevolgen van wolvenaanvallen voor zijn bedrijf en dat van collega’s. Volgens hem vragen beschermingsmaatregelen en de afhandeling van schade veel tijd en geld. De schapenhouder, die volgens het aangeleverde verslag 750 schapen heeft, werkt met tien verplaatsbare rasters van ieder ruim 1.100 meter. Hij becijferde de daarmee samenhangende kosten over vijf jaar op ruim 270.000 euro, ondanks een eenmalige subsidie. Ook stelde hij jaarlijks het equivalent van 144 werkdagen van acht uur kwijt te zijn aan werkzaamheden die verband houden met de wolvenproblematiek.

Volgens de spreker bieden rasters onvoldoende bescherming en dekt de huidige compensatie de bedrijfsschade niet voldoende. Tijdens de avond kwamen daarnaast gevoelens van onveiligheid onder inwoners, recreanten en hondenbezitters aan bod. De PVV pleitte tijdens de bijeenkomst voor het bejagen van wolven en een ruimere schadevergoeding. Volgens de organisatoren kreeg die oproep veel steun vanuit de zaal.
Lelietelers zetten in op minder middelen
Bij het tweede onderwerp sprak Gert Seubering over de samenwerking tussen Drentse lelietelers om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen te verminderen. Volgens hem hebben telers daar zelf ook belang bij, omdat de middelen een aanzienlijke kostenpost vormen.

Seubering presenteerde cijfers die volgens de telers een forse daling laten zien. Daarbij werd een landelijk gebruik van 115 kilogram per hectare in 2020 genoemd, tegenover 15 kilogram per hectare bij Drentse telers in 2025. Op proefvelden zou een vermindering van 87 procent zijn bereikt.

De genoemde hoeveelheden zeggen op zichzelf niet welke gevolgen het middelengebruik heeft voor gezondheid en milieu. Tijdens de bijeenkomst werd daarom ook gewezen op het belang van onafhankelijke monitoring en openheid over de resultaten.

Innovatie en duidelijke regels
De telers willen verder werken aan rassen die minder gewasbescherming nodig hebben en aan technieken voor mechanische onkruidbestrijding. Hun ambitie is om eind 2027 een middelengebruik te bereiken dat vergelijkbaar is met dat van andere gangbare akkerbouwgewassen. Ook vroegen zij om duidelijke landelijke regels, zodat geen lappendeken aan gemeentelijke voorschriften ontstaat. Tegelijkertijd benadrukten zij dat zorgen van omwonenden serieus moeten worden genomen.

Als waardering voor de beschreven inspanningen overhandigde Teun Kijf namens de PVV Drenthe een oorkonde aan Seubering, als vertegenwoordiger van de telers.
Bron: aangeleverd persbericht van de organisatoren.



Tiplijn