COEVORDEN – De gemeente Coevorden heeft ten onrechte een dwangsom van 10.000 euro opgelegd aan Drentse Duurzame Energie (DDE). De Raad van State bevestigt het eerdere oordeel van de rechtbank Noord-Nederland. Het bedrijf heeft recht op teruggave van de al betaalde 4.500 euro.
De zaak draait om de mestvergister aan het Picardiekanaal. Na klachten wilde de gemeente in 2018 dat het bedrijf een geuronderzoek liet uitvoeren naar mogelijke overschrijding van de geurnormen. Daaraan werd een dwangsom verbonden. De rechtbank oordeelde in 2022 dat de gemeente daarbij onjuist had gehandeld. Coevorden ging in hoger beroep, maar krijgt ook bij de Raad van State geen gelijk.
Gemeente hield zich niet aan toezegging
Een van de vergunningsvoorschriften waarop de dwangsom was gebaseerd, gold in 2018 niet meer. Ook de handhaving van een tweede voorschrift hield geen stand.
De gemeente had het bedrijf namelijk toegezegd dat eerst een gesprek met de wethouder zou plaatsvinden. Tot dat moment zou geen dwangsom worden opgelegd. Volgens de Raad van State heeft Coevorden die afspraak geschonden en beriep DDE zich terecht op het vertrouwensbeginsel.
Terugbetaling en proceskosten
Naast het terugbetalen van de reeds betaalde 4.500 euro moet de gemeente de proceskosten vergoeden.
Een omwonende die aan de hogerberoepszaak deelnam, ontvangt daarnaast 4.000 euro schadevergoeding van de Staat. De procedure heeft te lang geduurd door achterstanden bij de rechtspraak. Die vertraging wordt niet aan de gemeente Coevorden toegerekend.
drentsnieuws