Driekwart van de Nederlanders kiest voor actief beheer van wolven in het buitengebied 
Nederlandse Koninklijke Jagersvereniging / Michael Migos

Driekwart van de Nederlanders kiest voor actief beheer van wolven in het buitengebied 

 

Baarn, 5 oktober 2026 – De houding van Nederlanders tegenover de wolf verandert. De maatschappelijke discussie gaat steeds minder alleen over de vraag óf de wolf in Nederland thuishoort en steeds meer over waar wolven kunnen leven, hoeveel wolven aanvaardbaar zijn en wanneer ingrijpen nodig is. In 2026 kiest 75 procent van de Nederlanders voor actief beheer van wolven in het buitengebied.

Dat blijkt uit het Opinieonderzoek 2026 naar jacht, natuur en wildbeheer, uitgevoerd door Zest Marketing in opdracht van de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging.  

Op de vraag hoe Nederland met wolven in het buitengebied moet omgaan, kiest 47 procent voor het jaarlijks bejagen van een aantal wolven. Nog eens 28 procent wil het aantal wolven door beheer terugbrengen naar nul. 24 procent vindt dat de natuur haar gang moet gaan en dat niet moet worden ingegrepen. Daarmee is jaarlijkse bejaging de meest gekozen afzonderlijke aanpak. 

Sinds 2023 is vooral de groep die niets wil ingrijpen kleiner geworden. Die daalde van 35 naar 24 procent. Tegelijkertijd steeg het aandeel dat het aantal wolven naar nul wil terugbrengen van 19 naar 28 procent. De voorkeur voor jaarlijkse bejaging bleef met 46 procent in 2023 en 47 procent in 2026 vrijwel gelijk. 

Wolf wel in Nederland, maar niet overal
De uitkomsten betekenen niet dat een meerderheid van de Nederlanders de wolf volledig uit Nederland wil zien verdwijnen. 55 procent vindt dat speciale gebieden moeten worden aangewezen waar wolven kunnen verblijven. 17 procent vindt dat de wolf in heel Nederland moet kunnen voorkomen en 28 procent wil het aantal wolven naar nul terugbrengen. De grootste groep kiest daarmee voor een middenpositie: de wolf wel in Nederland, maar niet overal. 

Ook het draagvlak voor het begrenzen van de omvang van de wolvenpopulatie neemt toe. 64 procent vindt dat de overheid een maximumaantal wolven moet vaststellen. In 2021 was dat nog 53 procent. Slechts 8 procent is hier in 2026 tegen. Daarnaast vindt 53 procent dat de landelijke en provinciale politiek meer ruimte moet krijgen om de omvang van de wolvenpopulatie te reguleren. 

Meer steun voor ingrijpen bij probleemwolven
Wanneer wolven problemen veroorzaken, kiest een ruime meerderheid eveneens voor actief ingrijpen. 29 procent kiest voor het verjagen van wolven op plaatsen met kwetsbare diersoorten, 28 procent voor het afschieten van wolven die problemen veroorzaken en 27 procent voor het verkleinen van het aantal wolven in bepaalde gebieden door bejaging. Slechts 15 procent vindt dat de mens niet moet ingrijpen. 

Opvallend is dat de voorkeur voor het beheren van probleemwolven sinds 2023 is toegenomen: van 20 naar 28 procent. Het aandeel dat voor verjagen kiest, daalde tegelijkertijd van 38 naar 29 procent. 

Ook bij schade aan gehouden dieren verandert de publieke voorkeur. 40 procent kiest in 2026 voor vergoeding van de schade in combinatie met het afschieten van wolven die vee aanvallen. In 2023 was dat 30 procent. Daarmee is deze combinatie inmiddels de meest gekozen aanpak. 

Beschermde status opnieuw kunnen beoordelen
Een meerderheid vindt bovendien dat bescherming niet automatisch altijd hetzelfde hoeft te blijven. 56 procent vindt dat de beschermde status van soorten periodiek opnieuw moet kunnen worden beoordeeld wanneer omstandigheden veranderen, bijvoorbeeld wanneer aantallen toenemen of schade ontstaat. In 2023 was dit 52 procent. Slechts 7 procent wijst zo'n periodieke evaluatie af. 

De Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging ziet in de resultaten een duidelijke maatschappelijke verschuiving richting actief en gereguleerd wolvenbeheer.

Laurens Hoedemaker, directeur van de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging:  “De discussie gaat steeds minder over vóór of tegen de wolf en steeds meer over verantwoord beheer. Dat vraagt om duidelijke keuzes over waar wolven kunnen leven, hoeveel wolven maatschappelijk aanvaardbaar zijn en wanneer kan worden ingegrepen.”

Het onderzoek vat die ontwikkeling samen als een verschuiving van aanwezigheid naar begrenzing en beheer. Voor veel Nederlanders blijken de aanwezigheid van de wolf en actief beheer daarvan geen tegenstellingen te zijn. 

 

Tiplijn